De bodem als basis

Grondsoorten

Leemgrond - soepel en kneedbaar
Uitgangssituatie:
- Water en voedingsstoffen worden niet voldoende getransporteerd
- Risico op ophoping van water, daardoor kan het gazon drassig worden
Grondverbetering:
- Ca. 3 cm zand en 1 cm compost over de grond uitstrooien
- Materiaal 10 cm diep in de aarde inwerken

Teelgrond - plakkerig en kruimelig, bruin van kleur
Uitgangssituatie:
- Water en voedingsstoffen worden optimaal opgeslagen
- Is het beste geschikt als ondergrond voor een gazon
Grondverbetering:
- Er is geen grondverbetering nodig

Zandgrond - glijdt door de vingers, grijsbruin van kleur
Uitgangssituatie:
- Water en voedingsstoffen kunnen niet voldoende opgeslagen worden
- Het gazon kan uitdrogen
Grondverbetering:
- 1 tot 2 zakken turf of compostaarde per 100 m² aanbrengen
- Zorgvuldig in de grond inwerken

Zure grond - pH waarde <5,5
Uitgangssituatie
- Belangrijke voedingsstoffen als magnesium, kalium en borium kunnen maar moeilijk opgenomen worden
- Het gazon groeit slecht, is begroeid met mos of heeft een geelachtige kleur
Grondverbetering:
- 100 tot 400 g kalk per m² grond aanbrengen

Alkalische grond - pH waarde >7,0
Uitgangssituatie
- De grond bevat te weinig ijzer en magnesium
Grondverbetering:
- Gazonmest met langdurige werking uitstrooien